U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Buikjes Wielrenners 

26 september 2026 

Zondagochtend, de ochtenddauw is net verdampt en de eerste zonnestralen zich laten zien. Het is hartje zomer en de geur van barbecues hangt in de wijk. De buikjeswielrenner, u kent ze waarschijnlijk wel, worden wakker. Mannen van boven de vijftig met een lichte kater. In een te strak wielerpak. Op de weegschaal kijken ze over hun buik heen naar de display. Te zwaar. Dat extra biertje en de hapjes op de kaartavond met vrienden is de boosdoener. Het patatje met, de frikandel speciaal en biertjes op de voetbalclub ‘s middags, waar ze rondlopen als vrijwilliger kan het niet zijn geweest. Gisterenavond twee keer pasta opscheppen ook niet. Dat is de buffer voor de fietstocht op zondag verontschuldigen ze blozend.

 

Zachtjes bewegen ze door de slaapkamer richting de klerenkast. Maar moeder de vrouw is al wakker.

‘Ben je op tijd terug, lieverd. We gaan naar mijn moeder vanmiddag. De schone was brengen en de boodschappen,’ kraait ze onder het dekbed met een schorre stem, waar nog vleugjes witte wijn en sherry in hangt. De participatiesamenleving waart hier ook rond. Uit de klerenkast pakken ze het wielertenue van Jumbo-Visma, aangeschaft met spaarzegeltjes. Ze voelen aan de zeem in de broek die zwaar tegen hun ballen schuurt. De benen en armen zijn slecht geschoren en jeuken. Vrouwlief vraagt zich af waarom haar ladyshave onder de haartjes zit. De bolling van de buik is ingeslepen in het wielerpak. Het vormt een flinke rijpe puist boven de schaamstreek.

 

Beneden in de keuken volgt een licht ontbijt, met koffie. De bidons worden gevuld met water en Sprite. Uit de schuur halen ze hun dure renfiets. Banden worden op spanning gebracht.

Terug in de keuken doen ze hun wielerschoenen aan. De helm gaat knellend op het hoofd, de Oakley Sutro voor de ogen en wielerhandschoenen aan. Nog een stukje chocolade. Puur, omdat ze dat gewoon lekker vinden. Een banaantje uit de fruitmand voor onderweg verdwijnt in het zakje aan de achterkant van het wielershirt. Op weg naar het ontmoetingspunt.

Ze laten de poort wat harder dan normaal in het slot vallen, waardoor heel de schutting trilt. Via de buitenmuur naar de slaapkamer. Als irritatie voor hun vrouw.

 

Aangekomen bij het ontmoetingspunt staan de wielermaatjes al te wachten. Dirk zwaait. Hij draagt hetzelfde tenue. Heeft een wat groter bolling. Alsof hij een biervaatje hertog Jan eronder verbergt. Dan heb je Kees. Zijn bolling is wat kleiner. Het formaat van een vrouw die net zwanger is. Hij draagt een oud tenue van Raleigh. Je ruikt het zweet van Jan Raas nog. Verder hebben we Henk. Hij is altijd als eerste op het ontmoetingspunt. Vrijgezel. Heeft ook de mooiste fiets en een origineel wielertenue. Hij is vrij slank. Fiets ook door de weeks. Als laatste Klaas. Bij hem ontbreekt de bolling ook niet. Zijn tenue is ook vrij oud. Merkloos. Een geld kwestie. Zijn vrouw gaat over de financiën. Ze zit boven op het geld.

Na de praatjes over de wekelijkse beslommeringen fietsen ze aan. Klaas merkt op dat ze op tijd terug moeten zijn. Ze knikken allemaal ja, hetzelfde lot. Behalve Henk. Hij is vrijgezel. Zijn zussen zorgen voor de oude moeder en vader. Zoals altijd gaat Henk voorop. Geen straf tempo. Dat kunnen de buikjes niet aan. Voor hem is het meer een trainingsrondje. Dirk fietst achter aan. De handen losjes op het stuur. Het stuur hoog, want helemaal voor over gebogen zitten gaat niet. Dit is te lastig. De bovenbenen komen dan tijdens het fietsen tegen de bolling aan. Ze hopen op wind mee, anders laten ze Henk op kop rijden. Halverwege wordt een stop gemaakt. Bij fiets café “De Band”. Hun specialiteit is het ventielmenu.

 

‘Je loopt er zo weer van leeg,’ is het grapje dat Dirk altijd maakt. Er wordt een drankje bij genuttigd. Alcohol vrij bier. De kater is nog aanwezig.

Henk neemt een karnemelk. Het opgeblazen ventielmenu gaat er goed in.

Dan is het weer tijd om te gaan. Het tweede deel van de fietstocht. Terug naar het ontmoetingspunt. Langzamer. Het ventielmenu speelt ze parten. Het liefst fietsen ze nu op kop om te ontsnappen aan de lucht die vrij komt uit de op spanning zijnde buikjes. Het trappen wordt ook steeds zwaarder. De hoofden lopen rood aan. Ze beginnen te hijgen. Af en toe valt de tong naar buiten. Klaas schelt flink. Er is een klodder snot, bij het leeg snuiten van een neus op zijn fietsbril terecht gekomen. Hij maakt een noodstop. Klaas wordt door zijn wielermaatjes gemand op te schieten anders komen ze te laat voor hun bijdrage aan de participatiemaatschappij. Met het laatste restje water uit zijn bidon spoelt hij de bril schoon. De tocht wordt vervolgd. Henk loopt uit. De andere kunnen hem niet volgen. Later dan gepland komen ze aan op de ontmoetingsplaats. Henk wacht al op het bankje bij de kerk. Er wordt nog wat nagepraat:

 

‘Mooie rit, mannen,’ klinkt het vermoeiend uit Dirks mond.

‘Wel zwaar,’ puft Kees.

‘Het ventielmenu was wat aan de flauwe kant,’ klaagt Henk.

‘De volgende keer kijken waar je snuit,’ lacht Klaas.

‘Nou, volgende week, zelfde tijd,’ roept Henk en de mannen vertrekken huiswaarts. Jij en Dirk samen. Hij woont bij je om de hoek.

‘Ga je nog de Amstel Gold race kijken,’ vraagt Dirk.

‘Nee, moet mee naar mijn schoonmoeder,’ klinkt het teleurgesteld.

‘Jij ook al.’ Lotgenoten.

Hij is te laat. De vrouw zit met de schone was en boodschappen al ongeduldig te wachten in de auto.

Vlug de wielerkleren uit. Nog snel even op de weegschaal. Veel is er niet af. Wel genoeg om straks bij de nasi van de afhaalchinees en studio voetbal een biertje te pakken. De douche slaat hij over, anders wordt de vrouw nog chagrijniger. De zondagskleren aan met een laag deo erover. Anders klaagt schoonmoeder weer over rare luchtjes.

 

 

© 2026 Léon Somers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

        

 

 

 

  

Cookie-beleid

Deze site maakt gebruik van cookies om informatie op uw computer op te slaan.

Gaat u akkoord?