Het Sprookjesbosch (3)
door Léon Somers
Min één of niet zou inhouden dat het jaartal 2000 of 2001 was en als hij fout zat dan bleef hij voor de rest van zijn leven geketend. De twee jaartallen spookten door zijn hoofd want het deed hem ergens aan herinneren alleen kwam nu niet bij Charles Le Cró op waar aan.
“Anders blijf je de rest van je leven geketend” dreunde het onophoudelijk in zijn hoofd. Maar ik ben al jaren geketend aan Eva met haar waanzinnige huishoudelijke taken, mompelde hij onverstaanbaar met gesloten ogen.
’13 mei 2000……1,’ kwam het tergend langzaam en twijfelachtig uit de mond van Charles Le Cró opzetten en ineens besefte hij dat hij het raadsel niet had opgelost tot verdriet van het elfje dat nergens meer te bekennen was. Hij opende zijn ogen en tot zijn opluchting was de zwarte heks ook verdwenen maar om hem heen stond nu een groepje mensen hem verbaast aan te kijken en hoorde hij ze fluisterend zeggen: teveel gedronken en drugs. Dat zie je tegenwoordig veel te veel en men doet er niets aan. Wordt tijd voor verandering….
Hij meende sneeuwwitje te zien met haar enge dwergen.
‘De politie bellen,’ riep een man die hij op Gargamel vond lijken en de kleine wezentjes om hem heen, met een witte muts op, witte boxershort en witte schoenen aan, die achter hem stonden, met een lichtblauwe huid, knikte driftig ja.
‘Het zijn de Russen en Chinezen,’ schreeuwde een klein wezentje, die verdacht veel op klein duimpje leek.
‘Altijd die buitenlanders,’ schreeuwden een jongen en meisje, hun mond vol met snoep onder begeleiding van een kromme oude vrouw met een neus als een pollepel die knibbel, knabbel, knuisje neuriede.
‘We kunnen hem voor zijn kanes rammen,’ bulderde twee uit de kluiten gewassen reuzen die boven het groepje uitstaken en luisterde naar de namen Ellert en Brammert uit Drenthe.
Charles Le Cró pakte ongezien zijn gymschoenen en terwijl het groepje allerlei verwensingen naar zijn hoofd bleef slingeren stond Charles in één keer op en zette het op een lopen, alsof zijn leven er vanaf hing, en draafde op blote voeten aan één stuk door, zonder om te kijken het Sprookjesbosch uit.
Hijgend en kwijlend als een hond bereikte hij zijn huis, opende de poort, sloot deze af, stoof zijn achtertuin in en viel languit met zijn gezicht in het gras onder de waslijn. Hij draaide zich om, keek omhoog en zag een zwarte lange jurk aan de waslijn hangen. De keukendeur ging open, waar Eva, zijn echtgenote waar hij al vijfentwintig jaar mee getrouwd was, met slechts zwart ondergoed aan, naar de waslijn zag lopen en zonder hem ook maar enige aandacht te schenken, een blik waardig te gunnen, haalde ze de teerzwarte jurk van de waslijn. Ze liep terug, pakte de zwarte leren laarzen, de punten beslagen met ijzer, die buiten stonden en verdween weer naar binnen.
Charles Le Cró maakte met moeite de trouwring los, die pijnlijk knelde om zijn ringvinger en las huiverig de inscriptie aan de binnenkant van de ring: Eva en Charles 13 mei 2000….
(deel 1 ien 2 te lezen in het archief onder Verhalen)